Cursus Fotograferen

 

Inleiding

Deze cursus helpt beginners om betere foto’s te maken door inzicht te krijgen in hun camera, basistechnieken en compositie. Het doel is om bewust te fotograferen in plaats van zomaar kiekjes te maken.

1. Je camera leren kennen

- Soorten camera’s: smartphone, compactcamera, systeemcamera/DSLR

 - Belangrijke onderdelen: aan/uit-knop, sluiterknop, modusknop, zoom, menu-instellingen.

2. Basisinstellingen

Diafragma, sluitertijd en ISO vormen samen de belichtingsdriehoek.

- Diafragma: f/2.8 = wazige achtergrond, f/11 = alles scherp

- Sluitertijd: 1/500 = actie bevriezen, 1/30 = beweging zichtbaar

- ISO: laag = weinig ruis, hoog = meer ruis

3. Compositie

Regel van derden, standpunt kiezen, kadering gebruiken en rust in de foto houden.

4. Licht

Gebruik natuurlijk licht, let op schaduwen en pas witbalans aan bij kunstlicht.

5. Oefeningen

  1. Scherptediepte-oefening: maak drie foto's met verschillende diafragma’s.
  2. Actie-oefening: fotografeer beweging met snelle én langzame sluitertijd.
  3. Compositie-oefening: maak één foto volgens de regel van derden en één met een creatief standpunt.
  4. Licht-oefening: maak een foto tijdens het gouden uur en één in volle zon en vergelijk het verschil.
  5. Stabiliteitsoefening: maak foto's met en zonder statief en bekijk de scherpte.

6. Tips

- Houd de lens schoon

- Neem tijd om te kijken

- Maak meerdere foto's per onderwerp

- Beoordeel foto's op groot scherm

7. Veelvoorkomende fouten

- Bewegingsonscherpte: sluitertijd verhogen

- Te donker/licht: belichtingscompensatie gebruiken

- Onscherpe onderwerpen: goed scherpstelpunt kiezen